Privacy prijsgeven, en verder geen gezeur

Donderdagavond 15 oktober zal multimedia-journalist en historicus Peter Olsthoorn optreden als moderator van het PrivacyLab. Met boeken als De macht van Facebook (2012) en Privacy bestaat niet- Doe er je voordeel mee (2014), heeft Olsthoorn zijn gedachten over privacy wel op een rij. Hij schreef hieronder alvast een blog in aanloop naar het event van komende donderdag.

 

Aandacht in elk geval; heel veel aandacht ontvangen we in ruil voor ontboezemingen. Zonder dat we het wisten bezitten we een rijk gevulde extra beurs. Jouw ruilhandel is onderwerp van het PrivacyLab van FOTODOK aanstaande donderdagavond in het kader van de tentoonstelling (No) Privacy

 

Waren we net een Big Data-revolutie aan het uitroepen in de wetenschap en het bedrijfsleven, blijkt de geheime dienst NSA er al stiekem mee begonnen te zijn dankzij de datamijnen die wij Google en Facebook bezorgen met het delen van zovele gegevens. Aanslagen heeft de NSA ermee verijdeld, zegt ze.

 

Zo kunnen we eraan wennen: het afwegen van privacy in voor- en nadelen. Of hoeft dat niet? Nemen we gewoon al die mooie diensten als Instagram, WhatsApp, Facebook en natuurlijk Google lekker gratis en voor niks af. We venten onze privacyhandel tot op de bodem uit om ons te wentelen in de heerlijke ongebreidelde aandacht die we daarmee scoren. De krampachtigheid voorbij … stort je hart uit, geef je gedachten, je gevoelens én je privacy prijs.

 

Prijsgeven, dat doen we met privacy. We doen er afstand van, in de hoop dat ons saldo steeds wordt aangevuld én dat ons hebben en houden op de digitale datavuilnisbelten verdwijnt. En niet tot in de eeuwen der eeuwen als dataplutonium behouden blijft.

 

Want geld in de portemonnee, of misschien zelfs op een bank, is min of meer van jou. Je ziet het zelden, geld stroomt als signalen tussen computers. Zo is het ook met data. Met niet te volgen snelheden vliegen data over ons leventot in detail de wereld over; van seks tot ziekten, van omgang met relaties tot al onze interesses.

 

Wat te doen? Daarvoor richten we komende donderdag een ‘lab’ in. Een laboratorium om te onderzoeken hoe ons privacy-gedrag nu werkelijk in elkaar steekt.

 

Dat kun je doen met wetenschappers, maar laten we eerst te rade gaan bij kunstenaars. Bijvoorbeeld bij filmmaakster Neske Beks die komt uitleggen hoe haar leven er uitziet na de totstandkoming van haar prachtfilm Beyond My Walls. En we praten over Tweetbundels, het fantastische idee van Jan Dirk van den Burg voor het samenstellen van papieren bloemlezingen van series tweets van personen. Tweets blijven zo behouden. Was dat wel de bedoeling? En hoe blij zijn we met het vereeuwigen van uitingen waarover we een paar seconden hebben nagedacht, of zelfs dat niet. De flapuit in drukwerk.

 

En je krijgt donderdag een exclusieve preview te zien van In Limbo. Een visuele productie waarin de gevolgen van het voortdurend digitaal delen van intimiteiten worden bevraagd. Het stellen van die vragen lijkt bij voorbaat al te leiden tot een negatief antwoord: dat het verschrikkelijk fout loopt met onze privacy handel. Maar dat is helemaal niet gezegd.

 

Misschien vind je dat je je privacy op de tocht zet, maar dat je leven er ontzettend veel rijker van geworden is. Met genoegen heb je betaald voor veel virtueel genot. Als historicus wijs ik dan graag op de volgende uitspraak:

 

Theoretisch kan de gegevensverzameling over elk individu zo overvloedig en volledig zijn, dat we uiteindelijk kunnen spreken van een papieren mens als vertegenwoordiger van de natuurlijke mens.”

 

Was getekend: Jacobus Lambertus Lentz, 1936, in Algemeines Statistisches Archiv, het systeem dat hij had opgezet om de Nederlandse bevolking in kaart te brengen met behulp van nieuwe ponskaartentechnologie van het Amerikaanse IBM. Wel al automatisering, nog geen digitalisering. Vijf jaar later waren de nazi’s maar wat blij met dit registratiesysteem en de perfecte, fraudebestendige persoonsbewijzen. “Een meesterwerk van menselijke documentatie”, vond Lentz zelf ook.

 

Mark Zuckerberg zou het gezegd kunnen hebben. Waarmee allerminst gezegd is dat Facebook straks de bron vormt voor een misdadige heerser. Tijden zijn totaal veranderd. We zijn, systeem of niet, open boeken geworden.

 

Veel meer speelt wellicht nu de vraag of we data-oorlogen aan het voorbereiden zijn. Met welke wapens? En moeten we bang zijn? Of moeten we juist geen vrees hebben en heel frivool de nieuwe mogelijkheden tot onze eigen macht maken? Goed tegen kwaad. Kunnen we de baas worden over onze eigen data? Of: kunnen we onze privacy de baas worden, door haar te leren ontdekken?

VERDIEPING

ARCHIEF