Eric Gottesman over het individu en de groepde camera als excuus tot contact

Fotograaf: Eric Gottesman

Project: Sudden Flowers

Sudden Flowers is onderdeel van de Fotodok tentoonstelling Do You Hear Me? ,

nog te zien tot en met 12 april 2015 a.s.

 

Q: Waarom ben je begonnen met dit project?

A: Vijftien jaar geleden kreeg ik van Duke University een beurs om in Ethiopië samen te werken met een NGO. Ik wist weinig van fotografie, maar ik was gevraagd om de droogte die op dat moment het oosten van het land teisterde te fotograferen. Als fotograaf vond ik de benadering van het onderwerp, van de mensen problematisch Ik had interesse in het creëren van een nieuwe manier. Ik was vooral geïnteresseerd in het gebruik van de camera als excuus om een relatie aan te gaan met iemand. Toevallig werd ik voorgesteld aan een groep jonge mensen die hun ouders hadden verloren aan AIDS. Ik nodigde ze uit om deel uit te maken van een fotografieproject. In eerste instantie wisten ze niet wat ze moesten zeggen, maar onder bepaalde voorwaarden besloten ze toch om met me te gaan werken. Zo is het begonnen. Ik wist dat ik een jaar in Ethiopië zou zijn, maar ik had geen idee dat het zo’n langdurig project zou worden. Toen ik aan het einde van dat jaar afscheid nam van iedereen voelde ik een veel grotere emotionele connectie dan ik had verwacht. We waren allemaal aan het huilen om de betekenisvolle ervaring. Het project was voor de leden van Sudden Flowers erg belangrijk geworden om hun emoties te uiten. En ik had ineens fotografie en lesgeven gevonden, wat erg veel voor me was gaan betekenen. Bovendien had ik relaties met mensen gevormd die nog steeds een van de diepste relaties zijn die ik heb in mijn leven. Dus ik zei tegen de kinderen dat ik zeker terug zou komen. Ik kon niets met zekerheid zeggen, maar ik bleef terugkomen naar Ethiopië en nu denk ik dat ik dat de rest van mijn leven zal blijven doen.

 

Q: Wat leerde je de kinderen over fotografie terwijl je zelf nog zo onervaren was?

A: Ik had een achtergrond in geschiedenis toen ik begon aan dit project, niet in de kunsten. Mijn introductie tot fotografie was anders dan normaal, omdat ik het leerde terwijl ik de kinderen les gaf. Ik leerde fotografie door te kijken naar de kinderen, hoe zij door de lens keken. Dat was een voorrecht. Het was een interessante tijd om een project te hebben dat begint in het analoge tijdperk en nu vrijwel uitsluitend digitaal is. Veel foto’s die FOTODOK heeft uitgekozen om op te hangen zijn gemaakt met positief/negatief film van Polaroid. Dit was een fantastisch medium voor samenwerking. Ik nam een foto en een minuut later konden we er samen naar kijken. Bovendien hadden we meteen een print en een negatief van hoge kwaliteit om te ontwikkelen. Ongeveer tien jaar geleden is de film uit productie genomen, dus moesten we alles anders doen. We waren gewend geraakt op een bepaalde manier te werken, dus het vereiste enige aanpassing. Maar uiteindelijk was het werk dat we maakten niet afhankelijk van een bepaald medium. Het was afhankelijk van de relaties tussen mensen.

 

Q: Wat was jouw rol in het project? En de rol van de Sudden Flowers?

A: Dat ging erg in elkaar overlopen. Ik begon met het idee om samen foto’s te gaan maken en stelde dat voor aan de groep. Vervolgens ontwikkelden we samen geleidelijk aan een reeks van vragen en opdrachten. Individuele stemmen waren erg belangrijk binnen het project. Van sommige foto’s is het duidelijk wie deze heeft gemaakt, maar er zijn ook foto’s waarvan ik het niet meer weet. Ik kan het me niet meer herinneren of het was niet belangrijk of het was een samenwerking.

 

Q: Konden de kinderen zich makkelijk uitten door middel van de camera?

A: Niet direct. In eerste instantie maakten ze vooral foto’s van elkaar en waren ze bezig om te leren hoe de camera eigenlijk werkt. Het moment waarop ik me realiseerde dat de kinderen de camera begrepen was toen ik ze de opdracht gaf om hun dromen te fotograferen. Een meisje had gedroomd dat ze met haar moeder in huis was en er plots brand uit brak. Toen ze die foto aan me liet zien kon ik niet begrijpen hoe ze die had gemaakt, want er was echt vuur te zien in het huis. Het bleek een dubbele opname te zijn. Zij had echt de camera gebruikt op zichzelf te uitten. De beste foto’s kwamen van de kinderen die bereid waren diep in zichzelf te duiken en hun eigen psychologie en ervaringen te onderzoeken.

 

Q: Is je mate van betrokkenheid veranderd door de jaren heen?

A: Ja, en dat is iets waar ik lang mee geworsteld heb. Verhuis ik naar Ethiopië om in de buurt van deze groep te kunnen zijn? Ik heb er voor lange periodes aaneengesloten gewoond – soms een paar jaar, soms een paar maanden. Nu houden we allemaal contact via sociale media. Door de technologische vooruitgang is ook de manier waarop we contact kunnen onderhouden door de jaren heen veranderd. Natuurlijk is het ook belangrijk dat ik terug blijf gaan naar Ethiopië.

 

Q: Hoe is de groep veranderd? Wie kon zich aansluiten bij het collectief?

A: We begonnen met zes kinderen die in hetzelfde huis woonden. Toen het in de buurt de ronde ging wat wij aan het doen waren, kwamen er kinderen naar me toe die ook in de groep wilden. In eerste instantie heette ik iedereen welkom, maar op een gegeven moment begonnen kinderen in de groep te zeggen; “Wacht even, we moeten een limiet stellen. We willen eerst al onze eigen verhalen vertellen, dan pas kunnen we anderen erbij halen”. We hebben onze limiet toen gesteld op 25 kinderen. Deze kinderen groeiden op en verloren interesse in het project. Ze kregen zelf kinderen en gingen verder met hun leven. Ik denk dat het project voor hen ook niet ging om het fotograferen, maar om het vinden van een manier om te praten over dingen die moeilijk te bespreken zijn. En ook om zich te verbinden met mensen die net als zij worstelden met dingen. Daarbij hebben we ook veel plezier gehad, het was niet enkel ellende.

 

Interview door Eva Leget, student Fotografie aan de Karel de Grote Hogeschool te Antwerpen & stagiaire van FOTODOK

VERDIEPING

ARCHIEF