Ad van Liempt over de kracht
van historische fotografietrends in geschiedenis en de niet aflatende kracht van foto's

Nederland viert 5 mei de zeventig jarige bevrijding van Nederland. Om dit te herdenken start 3 mei de fototentoonstelling Oorlogsarena: Utrecht 40-45, een samenwerking van Culturele Zondagen, FOTODOK en journalist/schrijver Ad van Liempt. Van Liempt maakte een selectie van 120 foto’s voor die samen zijn gebracht in het boek Utrecht 40-45, uitgegeven door WBooks. Tim Ditzel, FOTODOKs stagiair en student sociale psychologie, sprak met hem over hoe fotografie de oorlog levend kan houden.

 

De Tweede Wereldoorlog lijkt u te fascineren. U brengt er veel boeken over uit en heeft nu ook een fotoboek samengesteld. Waar komt uw drang om oorlogsverhalen te vertellen vandaan?

Dat is eigenlijk niet duidelijk aan te geven. Ik ben op mijn vijftiende begonnen met lezen over de oorlog. Dat vond ik zo interessant dat ik er eigenlijk nooit meer mee opgehouden ben. Op een gegeven moment raakte ik betrokken bij de televisieserie De Bezetting, waar eind jaren 80 een nieuwe versie van werd gemaakt. Ik kreeg van de NOS het verzoek of ik hier met historicus Lou de Jong aan mee wilde werken, waar ik heel veel van heb geleerd. Vanaf dat moment werd ik binnen de omroep als het ware de vraagbaak van de Tweede Wereldoorlog. In 2000 begon ik met het televisieprogramma Andere Tijden, over de geschiedenis van de 20e eeuw. Ook als het daar over de oorlog ging kwamen ze bij mij terecht. In die tijd ben ik ook begonnen met boeken over de oorlog te schrijven. Voordat je het weet ben je een soort specialist geworden. Zo werd ik vorig jaar gevraagd door WBooks of ik een fotoboek voor de stad Utrecht wilde samenstellen.

 

U heeft nu voor het eerst een fotoboek samengesteld, wat is uw band met fotografie en hoe kan het helpen met het vertellen van oorlogsverhalen?

In het verleden heb ik tijdens televisiewerk veel met foto’s gewerkt omdat van veel gebeurtenissen uit de oorlog geen bewegend beeld is. Helemaal onbekend was ik er dus niet mee. Maar de echte foto research: het kijken, kiezen en afwegen was voor mij wel een nieuwe ervaring. Ik heb er veel van geleerd en mij vooral ook gerealiseerd dat een foto een soort tijdmachine is. Je kunt er heel lang naar kijken en nieuwe dingen ontdekken. Je ziet dan ook dat foto’s vragen aan je stellen, en soms ook antwoorden geven. Het leukste vind ik de foto’s waar ruimte is voor fantasie, waar je je kan verplaatsen in de mensen. Wat zouden ze gezien en gehoord hebben? Wat zouden ze gedacht hebben? Foto’s hebben wat dat betreft een veel sterkere werking dan filmbeelden omdat ze veel meer aan de verbeelding overlaten. Daar heb ik enorm van genoten de afgelopen tijd. Bij presentaties vertel ik dan ook vaak hoe foto’s in hun detail helpen het verhaal van de oorlog te vertellen.

 

Het is nu 70 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog is afgelopen, waarom is het nog steeds belangrijk om verhalen uit deze oorlog te blijven vertellen?

Op het gebied van geschiedenis zijn er de laatste decennia enkele trends. Eén daarvan is dat mensen enorme interesse hebben in hun eigen familie en streek. De tweede is het beschikbaar worden van archieven en het gemak waarmee je kunt zoeken op internet. Veel oudere, fitte gepensioneerden hebben daar nu ook meer de tijd voor. Maar het interessantste vinden wij op dit moment de lotgevallen van gewone mensen die in de oorlog voor verschrikkelijke keuzes kwamen te staan. We weten daar nu ook steeds meer over door beeld en dagboeken. Dat is denk ik ook de reden dat deze zeventig jarige herdenking zo enorm aan het exploderen is. Gisteravond was ik in een dorpje bij Delfszijl waar ze eveneens een boek met veel foto’s hadden gemaakt over wat daar in de oorlog was gebeurd, vooral op het gebied van onderduikers. Het boek werd in het dorpshuis gepresenteerd en ik hield een verhaal over een mevrouw die oorlog heeft meegemaakt. Mensen waren zo gebiologeerd aan het luisteren dat je een speld kon horen vallen. Deze avond vat precies samen wat er dit moment aan de hand is: lokale geschiedenis, extra beeldmateriaal en belevenissen van gewone mensen komen samen, wat die tijd opeens enorm boeiend maakt.

 

Veel foto’s in Utrecht 40/45 komen uit archieven, maar er is ook een oproep gedaan aan Utrechters om in hun privéarchief foto’s te zoeken. Zijn er zo nog veel foto’s opgedoken?

Er zijn iets van dertig foto’s binnen gekomen, waarvan er 5 of 6 heel mooi en bruikbaar waren. Die we in het boek hebben opgenomen. Het merendeel komt uit klassieke archieven, vooral het gemeentearchief van Utrecht, maar ook uit de beeldbank van het NIOD. Die hebben beiden meer dan duizend foto’s uit de tijd rond de Tweede Wereldoorlog. Dat zijn wel de belangrijkste collecties. Na het verzamelen van de foto’s komt natuurlijk het proces van kiezen en afwegen, wat voornamelijk subjectief is.

 

Voor particulieren was het in de oorlog natuurlijk lastig om te fotograferen, en op een gegeven moment zelfs verboden. Zijn er daarom veel belangrijke gebeurtenissen in de oorlog niet gefotografeerd?

Alleen het laatste oorlogsjaar was het verboden om op straat te fotograferen. Bovendien waren er maar weinig mensen die een toestel hadden en waren er bijna geen filmpjes meer te krijgen. Het waren dan ook vooral fotowinkeliers en mensen met relaties die foto’s maakten. De anderen bewaarden allemaal hun laatste rolletje tot de dag van de bevrijding. Daarom hebben we enorm veel foto’s van de bevrijding en veel minder van de jaren ervoor.

 

Kunnen de digitale fotoarchieven er toe leiden dat er nieuwe verhalen over de oorlog opduiken doordat de foto’s het geheugen weer kan activeren?

Dat zou zo kunnen werken, maar het gaat dan over mensen die het zelf hebben meegemaakt en die zijn natuurlijk heel oud. Die hebben niet de neiging het internet op te gaan en te gaan zoeken, het is net de categorie die dat niet doet. Daar zijn de fotoboeken over de Tweede Wereldoorlog ook voor bedoeld. Die hebben normaal gesproken een aardige verspreiding en komen vaak wel bij mensen van die leeftijd terecht. De kans dat zij zich dan weer dingen gaan herinneren is vrij groot, in die zin stimuleert het wel degelijk de herinnering. Zo komen er wel eens dingen boven, maar dit moet je ook niet overschatten. Het menselijk geheugen is een fantastisch element, maar niet foutloos. Het heeft af en toe de neiging je behoorlijk te bedriegen. Zo ontstaat er snel verwarring tussen iets wat je zelf hebt meegemaakt en later hebt gelezen. Die komen in het geheugen als het ware in hetzelfde vakje terecht en versmelten samen. Als je historisch onderzoek doet dan vind ik dat persoonlijke ervaring en herinnering onmisbaar, maar je moet het wel heel kritisch bekijken en kijken of het valt te matchen met geschreven bronnen.

 

De tentoonstelling Oorlogsarena: Utrecht 40/45 is van 3 mei tot 4 juni te zien op het Domplein in Utrecht. Het fotoboek Utrecht 40/45 van Ad van Liempt is te bestellen op www.wbooks.com

 

VERDIEPING

ARCHIEF